De huurder, onder bewind gestelde, huurt sinds juli 2018 een woning van eisende partij. Er is een huurachterstand ontstaan van €6.656,49 tot 1 november 2021, waarvan een deel is betaald. Een bewind is ingesteld over de goederen van de huurder vanaf januari 2022.
Eisende partij vordert ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van het gehuurde en betaling van de resterende huurachterstand plus rente en incassokosten. Gedaagde partij voert verweer en wijst op schuldhulpverlening en geplande gesprekken die niet doorgingen vanwege ziekte.
De kantonrechter stelt vast dat de huurachterstand niet wordt betwist en wijst de vordering toe. Gezien de omvang van de achterstand kan de huurovereenkomst worden ontbonden en ontruiming worden bevolen. Ook incassokosten worden toegewezen omdat de vereiste aanmaning is verstuurd.
De kantonrechter veroordeelt gedaagde partij tot betaling van de huurachterstand, maandelijkse huur tot ontruiming, incassokosten en proceskosten. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.