Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
uitspraak van de voorzieningenrechter van 11 maart 2022 in de zaak tussen
[naam 1] , te [plaats] , verzoeker
de Burgemeester van de gemeente [plaats] , verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
11 maart 2022
Rechtbank Limburg
De burgemeester heeft op grond van artikel 13b van de Opiumwet besloten een woning te sluiten voor twaalf maanden vanwege de vondst van een handelshoeveelheid hard- en softdrugs in een schuur op het perceel. Verzoeker, huurder van de woning, maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de harddrugs weliswaar in de schuur zijn aangetroffen, maar dit niet eenduidig blijkt uit het proces-verbaal van bevindingen. De noodzaak van de sluiting is onvoldoende gemotiveerd, mede omdat niet is vastgesteld dat de woning daadwerkelijk als drugspand bekend stond, er geen overlastmeldingen waren, en geen sprake is van recidive. Ook is de evenredigheid van de maatregel twijfelachtig, aangezien verzoeker geen verwijt kan worden gemaakt en de gevolgen van de sluiting, waaronder financiële problemen en gebrek aan vervangende huisvesting, nog onvoldoende zijn onderzocht.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek tot voorlopige voorziening toe en schorst het primaire besluit tot zes weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. De uitspraak is gedaan door mr. F.A.G.M. Vluggen op 11 maart 2022.
Uitkomst: Het primaire besluit tot woningsluiting wordt geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar.