ECLI:NL:RBLIM:2022:1437
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond: planschadevergoeding toegekend wegens planologische verslechtering door uitwerkingsplan
In deze bestuursrechtelijke zaak vordert Projon BV, projectontwikkelaar van een woningbouwproject, vernietiging van het besluit waarbij het college van burgemeester en wethouders van Venlo een planschadevergoeding toekent aan een derde-partij. Het geschil betreft de vraag of sprake is van een planologische verslechtering en of voorzienbaarheid van deze wijziging bestond.
De derde-partij is eigenaar van een woning binnen het plangebied van het uitwerkingsplan “De Vaert c.a. fase 2”, dat de bouw van 17 woningen mogelijk maakt. De vergoeding van €7.750,- is gebaseerd op een advies van een onafhankelijke adviescommissie die een vergelijking maakte tussen het oude bestemmingsplan met agrarische bestemming en het nieuwe plan met woonbestemming. Projon BV betwist de juistheid van dit advies en voert onder meer aan dat sprake is van planologisch voordeel en dat voorzienbaarheid van de wijziging bestond.
De rechtbank oordeelt dat de adviescommissie onafhankelijk en onpartijdig is en dat het advies inzichtelijk en niet onbegrijpelijk is. Concrete aanknopingspunten om aan de juistheid te twijfelen ontbreken, mede omdat Projon BV geen contra-advies heeft overgelegd. De vermeende voordelen, zoals minder geurhinder en de afbraak van een varkensstal, zijn volgens de rechtbank terecht niet meegenomen in de planvergelijking.
Ten aanzien van voorzienbaarheid stelt de rechtbank vast dat alleen het bestemmingsplan van 1973 relevant is, dat geen aanwijzingen gaf voor woningbouw. Latere plannen zijn na de aankoopdatum van de derde-partij en kunnen dus niet aan haar worden tegengeworpen. De rechtbank bevestigt dat de planschadevergoeding terecht is toegekend en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van Projon BV wordt ongegrond verklaard en de planschadevergoeding aan de derde-partij bevestigd.