ECLI:NL:RBLIM:2022:1343
Rechtbank Limburg
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot kwijtschelding ontnemingsmaatregel wegens betalingsonmacht
De veroordeelde was bij arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch veroordeeld tot betaling van een ontnemingsmaatregel van € 434.320,00, die na beslaglegging en betaling van een deel nog steeds een restschuld van ruim € 392.000,- betrof. Hij verzocht op grond van artikel 6:6:26 Sv Pro om kwijtschelding of vermindering van dit bedrag wegens betalingsonmacht.
De rechtbank oordeelde dat de veroordeelde onvoldoende openheid heeft gegeven over zijn vermogen dat uit strafbare feiten is verkregen en tot nu toe buiten het zicht van de executerende instantie is gebleven. Ondanks medische problemen en beperkte draagkracht op basis van zijn AOW-uitkering, is niet aannemelijk gemaakt dat hij niet kan betalen.
De rechtbank nam mee dat het gerechtshof eerder het verzoek tot gijzeling had toegewezen en dat het verhaalsonderzoek geen aanwijzingen gaf voor verborgen vermogen of buitensporig uitgavenpatroon. De stelling van financiële uitzichtloosheid in strijd met Europees recht werd verworpen.
Daarom werd het verzoek afgewezen en blijft de ontnemingsmaatregel onverminderd van kracht.
Uitkomst: Het verzoek tot kwijtschelding of vermindering van de ontnemingsmaatregel wordt afgewezen wegens gebrek aan betalingsonmacht.