Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBLIM:2022:10196

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
28 januari 2022
Publicatiedatum
19 december 2022
Zaaknummer
C/03/301288 / HA RK 22-17
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 120 GrondwetArt. 36 Wetboek van Burgerlijke RechtsvorderingWrakingsprotocol rechtbank Limburg
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beslissing wraking rechter wegens vermeende onpartijdigheid afgewezen

In deze zaak heeft de wrakingskamer van de rechtbank Limburg een verzoek tot wraking van een rechter beoordeeld. Het verzoek was ingediend door een partij in een civiele procedure, die stelde dat de rechter niet onpartijdig zou zijn en dat de rechter volgens artikel 120 van Pro de Grondwet niet aan de wet of verdragen mag toetsen.

De wrakingskamer heeft het verzoek inhoudelijk onderzocht en geoordeeld dat de aangevoerde gronden geen aanleiding geven tot wraking. Daarbij is overwogen dat alle wrakingsgronden gelijktijdig moeten worden aangedragen en niet later aangevuld kunnen worden. Het verzoek was dan ook kennelijk ongegrond.

Een mondelinge behandeling van het verzoek werd niet noodzakelijk geacht. De wrakingskamer heeft het verzoek tot wraking formeel afgewezen en verklaard ongegrond, waarmee de rechter bevoegd blijft om de zaak te behandelen.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is kennelijk ongegrond verklaard en afgewezen.

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond
Wrakingskamer
Zaaknummer: C/03/301288 / HA RK 22-17
Beslissing van de meervoudige kamer belast met de behandeling van wrakingszaken
op het verzoek van
[verzoeker],
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker,
gemachtigde Y. Plate te Schinveld,
indiener van een verzoek dat strekt tot wraking van mr. R.A.J. van Leeuwen, rechter in de rechtbank Limburg, hierna de rechter.

1.De procedure

De wrakingskamer heeft kennisgenomen van het proces-verbaal van de rolzitting van het kantongerecht van de rechtbank Limburg, op 26 januari 2022 in de zaak tussen de [naam bv] als eiser en
[verzoeker] als gedaagde (zaaknummer 9589609 CV EXPL 21-6384), waarbij laatstgenoemde werd bijgestaan door zijn gemachtigde Y. Plate.
Tijdens deze zitting heeft de heer Plate aan de rechter verzocht zijn akte van beëdiging over te leggen, hetgeen niet mogelijk was voor de rechter. Daarop heeft de heer Plate een verzoek ingediend tot wraking van de rechter en aangegeven dat de rechter volgens artikel 120 van Pro de Grondwet niet mag toetsen aan de wet of aan verdragen. Verder heeft de heer Plate opgemerkt dat het hele systeem verrot is en dat hij dat alleen maar kan aantonen door deze zaak aan de wrakingskamer voor te leggen.

2.De beoordeling

Op grond van artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
Op grond van artikel 4, tweede lid, aanhef en onder a, van het Wrakingsprotocol rechtbank Limburg kan de wrakingskamer het verzoek tot wraking zonder behandeling ter zitting aanstonds ongegrond of niet-ontvankelijk verklaren indien het verzoek kennelijk ongegrond is.
De wrakingskamer is van oordeel is dat hetgeen is gesteld en aangevoerd geen gronden voor een wraking kunnen zijn. Omdat de wrakingsgronden op het moment van het wrakingsverzoek alle tegelijk moeten worden voorgedragen kunnen deze niet later ter zitting van de wrakingskamer of in een schriftelijke toelichting op het wrakingsverzoek worden aangevuld. Het verzoek is daarom kennelijk ongegrond. Een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek bij de wrakingskamer kan daar niets aan veranderen.

3.De beslissing

De wrakingskamer
- verklaart het verzoek tot wraking ongegrond.
Deze beschikking is gegeven door mr. G.P.C. Dijkshoorn-Sleebe, mr. M. Beije en mr. W.F.J. Aalderink, bijgestaan door mr. M.J.W.D. Janssen, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 28 januari 2022. [1]

Voetnoten

1.type: