De rechtbank Limburg behandelde een verzoek van de biologische vader tot vervangende toestemming voor erkenning van zijn kind en een omgangsregeling. Er bestaat een langdurig verstoorde verstandhouding tussen de biologische vader en de moeder, en er is al jaren geen contact tussen het kind en de vader. Het verzoek tot vervangende toestemming tot erkenning werd afgewezen omdat de erkenning door de vader niet nietig was en het verlenen van vervangende toestemming in de gegeven omstandigheden het belang van het kind en de moeder zou schaden.
De rechtbank benadrukte het belang van het kind om haar biologische vader te leren kennen en stelde vast dat het langdurig uitblijven van contact een bedreiging vormt voor haar ontwikkeling. De hulpverleningstrajecten bij Buro ONE en de Mutsaersstichting hebben niet tot een doorbraak geleid. Daarom gelast de rechtbank de Raad voor de Kinderbescherming een onderzoek te verrichten naar de mogelijkheden voor een omgangsregeling en de wijze waarop deze in het belang van het kind vormgegeven kan worden, onder regie van een GGz-psycholoog.
Partijen krijgen de gelegenheid om binnen twee weken na ontvangst van het raadsrapport schriftelijk te reageren. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en verdere beslissingen over de omgangsregeling worden aangehouden voor zes maanden.