Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
- een bruinkleurige hoes;
- zwartkleurige zonnebril van het merk Ray Ban;
- stereo-installatie met drie boxjes van het merk Harman/Kardon;
- horloge van het merk Camel Trophy;
- zilverkleurig horloge van het merk Festina.
03-196068-19bewezen dat de verdachte
03-150696-20bewezen dat de verdachte
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf en/of de maatregel
7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- spreekt de verdachte vrij van het tenlastegelegde onder 1 primair, 2 primair, 4 primair en 5 primair in de zaak onder parketnummer 03-196068-19;
- spreekt de verdachte vrij van het tenlastegelegde onder 1 in de zaak onder parketnummer 03-150696-20;
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4. is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte voor de bewezenverklaarde feiten tot
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van een proeftijd van
- heft op de schorsing van het bevel tot voorlopige hechtenis in de zaak onder parketnummer 03-196068-19 met ingang van heden;
- wijst de vordering van de benadeelde partij [naam getuige] gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte mitsdien om aan de benadeelde partij te betalen een bedrag van € 245,16 aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 19 juli 2019 tot aan de dag van de volledige voldoening;
- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [naam getuige] van een bedrag van € 245,16 aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 19 juli 2019 tot aan de dag van de volledige voldoening;
- bepaalt dat, indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 4 dagen. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;
- verklaart de benadeelde partij [naam 6] niet-ontvankelijk in de vordering;
- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil.