ECLI:NL:RBLIM:2021:9569
Rechtbank Limburg
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring wrakingsverzoek rechter in bestuursrechtelijke procedure
In een bestuursrechtelijke procedure tussen voormalige vennootschappen onder firma en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Roermond is een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter vanwege vermeende vooringenomenheid.
Verzoekers stelden dat de rechter de toezichthouder op de kinderopvang niet wilde horen, terwijl diens verklaringen nadelig voor hen waren en zij aangifte tegen hem hadden gedaan. Zij vreesden dat de rechter partijdig was omdat geen ondervraging was toegestaan.
De wrakingskamer oordeelde dat de rechter geen definitieve beslissing had genomen over het horen van de toezichthouder en dat het verzoek slechts was aangehouden. De mogelijkheid tot horen bleef aanwezig. De vrees van verzoekers was daarom niet objectief gerechtvaardigd.
De wrakingskamer verklaarde het wrakingsverzoek ongegrond en bevestigde het vermoeden van onpartijdigheid van de rechter in deze bestuursrechtelijke procedure.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is ongegrond verklaard omdat geen sprake is van vooringenomenheid.