ECLI:NL:RBLIM:2021:8971

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
1 december 2021
Publicatiedatum
30 november 2021
Zaaknummer
03/706585-17 (ontneming)
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36e Sr
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Openbaar ministerie niet-ontvankelijk in ontnemingsvordering na vrijspraak verdachte

De rechtbank Limburg behandelde op 28 en 29 september 2021 de ontnemingsvordering tegen verdachte, die gelijktijdig plaatsvond met de strafzaak met parketnummer 03/706585-17. Verdachte en zijn raadsman waren telkens aanwezig en hebben hun standpunten kenbaar gemaakt. Op 1 december 2021 wees de rechtbank eerst het vonnis in de strafzaak, waarin verdachte integraal werd vrijgesproken.

Op grond van artikel 36e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht kan het openbaar ministerie aan een veroordeelde de verplichting opleggen tot betaling van een geldbedrag ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Omdat verdachte niet is veroordeeld wegens een strafbaar feit, is het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de ontnemingsvordering.

De rechtbank verklaart het openbaar ministerie dan ook niet-ontvankelijk in de vordering. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Limburg te Roermond op 1 december 2021, in aanwezigheid van de rechters en griffiers.

Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de ontnemingsvordering wegens de vrijspraak van verdachte.

Uitspraak

RECHTbANK Limburg

Zittingsplaats Roermond
Strafrecht
Parketnummer: 03/706585-17 (ontneming)
Tegenspraak
Uitspraak van de meervoudige kamer d.d. 1 december 2021 op de vordering ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht
in de zaak tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978,
wonende te [adresgegevens verdachte] ,
hierna te noemen: [verdachte] .
[verdachte] wordt bijgestaan door mr. A.A.Th.X. Vonken, advocaat, kantoorhoudende te Maastricht.

1.Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zittingen van 28 en 29 september 2021. [verdachte] en zijn raadsman zijn telkens verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt. Op 1 december 2021 is het onderzoek ter terechtzitting gesloten.
De behandeling van de ontnemingsvordering heeft gelijktijdig plaatsgehad met de behandeling van de strafzaak met parketnummer 03/706585-17. Op 1 december 2021 heeft de rechtbank eerst vonnis gewezen in de strafzaak. Vervolgens is de onderhavige uitspraak gewezen.

2.De vordering van de officier van justitie

Bij voormeld vonnis van 1 december 2021 is [verdachte] integraal vrijgesproken.
Artikel 36e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bepaalt dat op vordering van het openbaar ministerie aan degene die is veroordeeld wegens een strafbaar feit de verplichting kan worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Nu [verdachte] is vrijgesproken en dus niet is veroordeeld wegens een strafbaar feit, dient het openbaar ministerie niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering.

3.De beslissing

De rechtbank:
- verklaart het openbaar ministerie
niet-ontvankelijkin de vordering.
Deze uitspraak is gegeven mr. M.J.A.G. van Baal, voorzitter, mr. R.M.L. HeemskerkPleging en mr. E.G.F. Vliegenberg, rechters, in tegenwoordigheid van mr. O.A.G. Corten en mr. M.J. Dijkhoff, griffiers, en uitgesproken ter openbare zitting van 1 december 2021.
Buiten staat
mr. R.M.L. HeemskerkPleging en mr. E.G.F. Vliegenberg zijn niet in de gelegenheid deze uitspraak mede te ondertekenen.