Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
- feit 1:tussen 1 september 2017 en 31 oktober 2018 9.000 euro heeft witgewassen;
- feit 2:een “onderlinge overeenkomst van geldlening” valselijk heeft opgemaakt dan wel gebruik heeft gemaakt van die valse overeenkomst.
3.De beoordeling van het bewijs
onder 1. en 2. subsidiairten laste gelegde bewezen, met dien verstande dat verdachte:
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
onder 1. en 2. subsidiairbewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf
7.De wettelijke voorschriften
8.De beslissing
- verklaart het onder 1. en onder 2. subsidiair tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte voor feit 1 en feit 2 subsidiair tot een
- beveelt dat indien de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 30 dagen.