Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
- feit 1:tussen 1 januari 2015 en 31 december 2016 17.656,46 euro heeft witgewassen;
- feit 2:ditzelfde geldbedrag heeft witgewassen tussen 1 januari 2017 en 31 oktober 2018;
- feit 3:tussen 1 januari 2015 en 31 december 2016 35.847,54 euro heeft witgewassen;
- feit 4:ditzelfde geldbedrag heeft witgewassen tussen 1 januari 2017 en 1 september 2017.
3.De beoordeling van het bewijs
- bij de feiten 1 en 2 sprake is van het (schuld)witwassen – bestaande uit verbergen, verhullen en voorhanden hebben – van 17.356,50 euro, zijnde het bedrag dat de verdachte in het klaagschrift ex art. 552a Sv (oud) claimde als zijnde haar eigendom;
- bij de feiten 3 en 4 sprake is van (opzettelijk) witwassen in de vorm van voorhanden hebben en omzetten.
- de verdachte het merendeel van de schade-uitkeringen contant heeft gespaard;
- de gelden/stortingen op de ING-rekening aan de moeder van de verdachte toebehoorde;
- de NIBUD-normen niet toegepast dienen te worden, dan wel voor maximaal de helft meegerekend mogen worden, omdat de verdachte zeer zuinig leefde;
- er hoe dan ook sprake moet zijn van een beginsaldo aangezien altijd contant geld aanwezig is/was. De verdediging heeft dit geschat op 19.000 euro, zijnde een gemiddelde van de contante opnames van de SNS-rekening in de onderzoeksperiode;
- het eindsaldo op nul gesteld dient te worden nu het aangetroffen bedrag volgens de officier van justitie niet aan de verdachte toebehoort.
17.656,46 euro. [2]
- [rekeningnummer 1] : SNS Basis betalen
- [rekeningnummer 2] : SNS Basis sparen
- [rekeningnummer 3] : ING Betaalrekening
- [rekeningnummer 3] : ING Oranje spaarrekening
32.940 eurocontant is gestort en
63.930 eurocontant is opgenomen. [4] De rechtbank begrijpt dat de andere rekeningen spaarrekeningen betreffen van waar in beginsel geen contante stortingen en opnames kunnen plaatsvinden.
18.341 euro(22.850 minus 4.239 euro) contant moeten zijn voldaan. [7]
9.000 euro; [11]
- het voertuig met kenteken [kenteken 2] (Ford Fiësta) is aangekocht in het jaar 2015 voor een contant bedrag van
- het voertuig met kenteken [kenteken 3] (BMW 640i) is geïmporteerd en aangekocht in het jaar 2016. Er is geen aankoopbedrag bekend, derhalve ga ik er in het voordeel van de verdachte vanuit dat de aankoopwaarde gelijk is aan de dagwaarde van het voertuig in 2017 namelijk
- het voertuig met kenteken [kenteken 4] (VW Polo) is aangekocht in het jaar 2016. Er is geen aankoopbedrag bekend, derhalve ga ik er in het voordeel van de verdachte vanuit dat de aankoopwaarde gelijk is aan de dagwaarde van het voertuig in 2017 namelijk
39.646 euro.
8.851,59 euro.
5.000 euro.
15.850 euro.
53.080 euro.
99.778,59 euro.
46.698,59 euroméér heeft uitgegeven en in kas heeft gehad dan zij contant beschikbaar heeft gehad volgens de herleidbare contante geldstroom. Nu het niet mogelijk is om contant geld uit te geven dat niet is ontvangen betekent dit dat er sprake moet zijn van een andere bron van inkomsten.
- al het geld eerlijk was en de Belastingdienst dat ook heeft beaamd;
- het geld op de ING-rekening toebehoorde aan haar moeder;
- zij de aankoop van de BMW – waarvoor overigens slechts 25 duizend euro betaald zou zijn – kon doen omdat zij jarenlang de extra uitkeringen voor de aankoop van een auto had opgespaard.
15.850 eurovoorhanden op 1 september 2017. Het restant van (46.698,59 – 15.850 =)
30.848,59 euroheeft de verdachte in de periode van 1 januari 2015 tot en met 1 september 2017 verworven, voorhanden gehad en omgezet.
- op 1 september 2017 schuldig heeft gemaakt aan het witwassen van een geldbedrag van in totaal 15.850 euro (feit 2);
- in de periode van 1 januari 2015 tot en met 1 september 2017 schuldig heeft gemaakt aan het witwassen van in totaal 30.848,59 euro (feiten 3 en 4). Nu niet herleid kan worden welk bedrag in welke periode is witgewassen, zal de rechtbank bewezen verklaren dat de verdachte telkens ‘een (groot) geldbedrag’ heeft witgewassen.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf
7.Het beslag
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte voor de feiten 2, 3 en 4 tot een
- beveelt dat indien de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 120 dagen;
- veroordeeld de verdachte voor de feiten 2, 3 en 4 tot een
- bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van een proeftijd van 2 jaren zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;
- 15.000 euro (goednummer 980304);
- 850 euro (goednummer 980272);
- 250 euro (goednummer 980314);
- 545,06 euro (goednummer 980334);
- 20 euro (goednummer 980346);
- 40 euro (goednummer 980347);
- 732,60 euro (goednummer 980350);
- 218,80 euro (goednummer 980364).