ECLI:NL:RBLIM:2021:8856
Rechtbank Limburg
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Beëindiging van de afkoelingsperiode wegens niet betalen van de observator
De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [verzoekster] verzocht op 25 januari 2021 om een afkoelingsperiode ex artikel 376 Faillissementswet Pro af te kondigen, welke op 11 februari 2021 voor vier maanden werd toegekend. Deze periode werd op 7 juli 2021 met vier maanden verlengd en een observator benoemd om toezicht te houden op het akkoord.
De observator stelde een begroting van € 15.000,- exclusief BTW vast en vroeg zekerheid voor betaling, welke [verzoekster] niet kon stellen. Hierdoor kon de observator zijn werkzaamheden niet voortzetten. De rechtbank gaf [verzoekster] de gelegenheid te reageren, maar de benodigde liquide middelen ontbraken en het genereren daarvan bleek onmogelijk.
De rechtbank oordeelde dat zonder toezicht van een observator en zonder voldoende informatievoorziening het belang van de gezamenlijke schuldeisers niet meer werd gediend. Daarom werd de afkoelingsperiode ambtshalve beëindigd en de aanstelling van de observator ingetrokken.
Uitkomst: De rechtbank beëindigt de afkoelingsperiode wegens het niet kunnen betalen van de observator en trekt diens aanstelling in.