ECLI:NL:RBLIM:2021:8766
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Omgevingsvergunning sporttoestel niet in strijd met goede ruimtelijke ordening
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de vraag centraal of het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bergen terecht een omgevingsvergunning heeft verleend voor het plaatsen van een sporttoestel in de achtertuin van vergunninghouder. Eiser, de buurman, stelt dat de vergunning leidt tot een onevenredige inbreuk op zijn privacy en dat de belangenafweging onjuist is gemaakt.
Het sporttoestel is vijf meter hoog en wordt gebruikt door de dochter van vergunninghouder om te trainen voor obstacle runs en triatlons. Het bestemmingsplan staat een bouwhoogte van maximaal 2,5 meter toe, maar bevat een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid tot 10 meter. Het college heeft op grond hiervan de vergunning verleend na een belangenafweging.
De rechtbank oordeelt dat het college in redelijkheid tot zijn besluit heeft kunnen komen. Hoewel eiser enige mate van privacyverlies ondervindt, is dit niet onevenredig. Het gebruik van het toestel is beperkt in frequentie en de inkijk is slechts mogelijk vanaf de top van het toestel, wat niet continu voorkomt. Ook is al sprake van zichtlijnen vanaf de woning van vergunninghouder op het perceel van eiser.
Verder is het niet relevant dat de dochter van vergunninghouder niet meer thuis woont, aangezien zij en vergunninghouder het toestel blijven gebruiken. De belangenafweging van het college wordt niet door de rechter overgedaan, maar getoetst op redelijkheid. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de omgevingsvergunning.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning wordt ongegrond verklaard en de vergunning blijft van kracht.