ECLI:NL:RBLIM:2021:8726
Rechtbank Limburg
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen sluiting van bedrijfsruimten op grond van artikel 13b Opiumwet
Verzoeker is huurder van een deel van een loods die samen met andere delen is gesloten op grond van artikel 13b van de Opiumwet vanwege de aanwezigheid van grote hoeveelheden softdrugs en goederen voor hennepteelt in de andere delen. Verweerder heeft de sluiting opgelegd voor twaalf maanden, waarbij ook het deel van verzoeker is getroffen vanwege de functionele samenhang van de delen via een kleine doorgang.
Verzoeker betoogt dat zijn deel functioneel zelfstandig is, geen drugsgerelateerde goederen bevat en dat sluiting van zijn deel onevenredige gevolgen heeft, waaronder het risico op faillissement. De voorzieningenrechter oordeelt dat verweerder bevoegd was het gehele gebouw te sluiten vanwege de functionele samenhang en dat de sluiting noodzakelijk is ter bescherming van het woon- en leefklimaat en het herstel van de openbare orde.
De voorzieningenrechter acht de sluiting van het deel van verzoeker evenwel zwaar en niet onevenredig, maar wel dat verzoeker een langere termijn moet krijgen om alternatieve bedrijfsruimte te vinden. Daarom wordt de sluiting van dat deel geschorst tot drie weken na de uitspraak. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De sluiting van het deel van het gebouw dat verzoeker huurt wordt geschorst tot drie weken na de uitspraak.