Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
Mijn vriend heeft die vrouw losgelaten zodat zij bij haar baby kon. De vrouw heeft toen de baby vastgepakt en is de woning uitgerend. Wij zijn toen ook de woning uitgerend. Ik wist niet waar het geld lag, hier moest ik naar zoeken. Dat alles gebeurde zo snel. Ik heb in kamertjes gezocht en in de woonkamer heb ik rondgekeken. Ja klopt, ik heb ook onder de matrassen gekeken, dat weet ik ook nog.
[telefoonnummer 1]. [25] De verdachte was op en rond 14 augustus 2020 vermoedelijk de gebruiker van het telefoonnummer
[telefoonnummer 2]. [26] De medeverdachte [medeverdachte 2] was op en rond 14 augustus 2020 vermoedelijk de gebruiker van het telefoonnummer
[telefoonnummer 3]. [27]
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf
7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
zondermeeraan dat de gedragingen van de verdachte traumatisch voor [slachtoffer] zijn geweest. Hoewel door de benadeelde partij geen concrete gegevens ter onderbouwing van het verzoek tot immateriële schade zijn ingediend is de rechtbank van oordeel dat sprake is van een situatie waarin de aard en de ernst van de normschending met zich brengen dat de nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen. De rechtbank is aldus van oordeel dat aannemelijk is dat er immateriële schade is geleden waarvoor de verdachte aansprakelijk is en dat deze schade het rechtstreeks gevolg is van de door verdachte gepleegde woningoverval. De rechtbank zal voor de begroting van de schade gebruik maken van haar schattingsbevoegdheid en stelt het bedrag van de immateriële schadevergoeding dienovereenkomstig vast op een bedrag van € 7.500,- met vermeerdering van de wettelijke rente over dit bedrag, te rekenen over de periode vanaf 14 augustus 2020 tot aan de dag der algehele voldoening.
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte voor feit 1 en feit 2 tot een gevangenisstraf van 4 jaren;
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- verklaart de benadeelde partij [naam] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding;
- veroordeelt [naam] in de kosten van de procedure, aan de zijde van de verdachte tot op heden begroot op nihil;
- veroordeelt de verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten;
- verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering;
- legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het
- bepaalt dat, indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 6 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de
- veroordeelt de verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten;
- wijst de vordering ten aanzien van de voorwaardelijke reiskosten en de verschenen reis- en parkeerkosten die zien op de fysiotherapie en het verblijf in Polen af;
- verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering;
- legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het
- bepaalt dat, indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 74 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de