Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
2.De feiten en het geschil
3.De beoordeling
- dagvaarding € 106,01
- griffierecht € 126,00
- salaris gemachtigde
Rechtbank Limburg
De gedaagde heeft bij VGZ een zorgverzekering afgesloten en heeft facturen onbetaald gelaten ondanks aanmaningen. Twee betalingsregelingen zijn niet nagekomen, waardoor VGZ de vordering tot betaling van €500, vermeerderd met rente en kosten, heeft ingediend. De gedaagde wilde het coulancebedrag in termijnen betalen, wat VGZ niet accepteerde. De kantonrechter oordeelt dat uit de dagvaarding blijkt dat volledige betaling vereist is om verdere kosten te vermijden, en dat een betalingsregeling niet dwingend kan worden opgelegd.
De gedaagde betwist de hoofdsom niet, maar stelt onterecht dat betaling in termijnen mogelijk is en dat het restantbedrag kwijtgescholden zou zijn. De vordering wordt daarom toegewezen, inclusief wettelijke rente vanaf de dagvaarding. De gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten, die zijn begroot op €382,01, en in de nakosten onder voorwaarden. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €500 met rente en proceskosten aan VGZ.