ECLI:NL:RBLIM:2021:7819

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
14 oktober 2021
Publicatiedatum
15 oktober 2021
Zaaknummer
ROE 21/ 2587
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij gegrondverklaring beroep omgevingsvergunning

Verzoekster, een besloten vennootschap, heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig bekend maken van een omgevingsvergunning die van rechtswege is verleend. Tegelijkertijd verzocht zij om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter overwoog dat op grond van artikel 8:81 Awb Pro een voorlopige voorziening kan worden getroffen indien onverwijlde spoed dat vereist. Echter, omdat het beroep in de hoofdzaak gegrond is verklaard, is er geen aanleiding voor een voorlopige voorziening.

De rechtbank wijst het verzoek om voorlopige voorziening af, veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Sittard-Geleen tot vergoeding van het betaalde griffierecht van €360,- en tot betaling van proceskosten van €748,- aan verzoekster. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en het college wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK limburg

Zittingsplaats Roermond
Bestuursrecht
zaaknummer: ROE 21/2587
uitspraak van de voorzieningenrechter van 14 oktober 2021 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

[naam] B.V., te [vestigingsplaats] , verzoekster

(gemachtigde: mr. R.H.M. Wagemans),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Sittard-Geleen, verweerder

Procesverloop

Verzoekster heeft op 20 september 2021 beroep ingesteld wegens het niet tijdig bekend maken van een van rechtswege verleende omgevingsvergunning. Deze zaak is bekend onder zaaknummer ROE 21/2585. Tevens heeft zij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Een onderzoek ter zitting is achterwege gebleven.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht kan, onder meer indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
2. De rechtbank heeft bij uitspraak van heden het beroep gegrond verklaard. Gegeven deze beslissing in de hoofdzaak bestaat geen aanleiding tot het treffen van een voorlopige voorziening. Het verzoek zal daarom worden afgewezen.
3. Nu het beroep in de hoofdzaak gegrond is verklaard, ziet de rechtbank evenwel aanleiding om verweerder te veroordelen in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 748- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 748,- en wegingsfactor 1).
4. In het licht van het voorgaande, ziet de rechtbank verder aanleiding te bepalen dat verweerder aan verzoekster het door haar betaalde griffierecht vergoedt.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
  • wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
  • bepaalt dat verweerder het betaalde griffierecht ten bedrage van € 360,- aan verzoekster vergoedt;
  • veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.J.E. Hamers-Aerts, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. K. Mestrom, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 14 oktober 2021.
griffier de voorzieningenrechter is verhinderd te ondertekenen
Afschrift verzonden aan partijen op: 15 oktober 2021

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.