Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
2.Het geschil
3.De beoordeling
- dagvaarding € 105,09
- griffierecht € 124,00
- salaris gemachtigde
Rechtbank Limburg
VGZ vordert betaling van een openstaande verzekeringspremie van oorspronkelijk €3.928,67 plus bijkomende kosten van [gedaagde partij], die deze betalingen betwist en een deel van de vordering als verjaard en verwerkt aanvoert.
De rechtbank oordeelt dat de vordering betrekking heeft op de gedaagde, die de zorgkosten heeft ontvangen en niet heeft betwist. VGZ heeft haar vordering voldoende onderbouwd, en het verjaringsverweer leidt tot een verlaging van de hoofdsom naar €1.229,02. De beperking van de vordering tot €500 is niet onredelijk en leidt niet tot rechtsverwerking.
De gevorderde wettelijke rente vanaf de dagvaarding wordt toegewezen, omdat verzuim is ingetreden. De stelling dat de dagvaarding rauwelijks was, wordt verworpen omdat VGZ voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de aanmaningen en facturen zijn verzonden naar het juiste adres.
De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €500 plus rente en proceskosten van €379,09, met een voorwaardelijke veroordeling voor de na dit vonnis ontstane kosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €500 plus wettelijke rente en proceskosten.