Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
de rechtbank begrijpt:kaliber) ongeveer 6 millimeter en het was zwart van kleur. [17]
bona fideautoverkopers, onder bedreiging met een vuurwapen wordt beroofd van zijn geld, waarna de aangever de achtervolging inzet. Daarbij rijdt hij achter op de door de overvallers bestuurde auto, waarna hij met zijn auto tegen een muur tot stilstand komt. Als iedereen is uitgestapt, maakt een deel van de daders zich uit de voeten, vermoedelijk met de buit. De verdachte blijft achter bij de auto met een vuurwapen in de hand, en er vallen schoten waarbij de verdachte zelf gewond raakt.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf
7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het onder 1 primair impliciet subsidiair en onder 2 ten laste gelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van vijf jaren;
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk in zijn vordering voor zover deze bestaat uit materiële schade;
- wijst de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan [slachtoffer] , van een bedrag van € 1.000,-, bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 december 2020 tot aan de dag der algehele voldoening;
- veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op € 122,70, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
- bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor zover deze betrekking heeft op immateriële schade voor het overige niet-ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
- legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van
- bepaalt dat voor zover de verdachte aan zijn verplichting jegens de Staat heeft voldaan hij in zoverre jegens [slachtoffer] zal zijn bevrijd en omgekeerd, voor zover de verdachte aan zijn verplichting jegens [slachtoffer] heeft voldaan, hij in zoverre jegens de Staat zal zijn bevrijd;
- bepaalt dat, indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 20 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.