Uitspraak
RECHTBANK limburg
[naam] , te [woonplaats] , verzoekster
de Burgemeester van de gemeente Heerlen, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 1 september 2021.
Rechtbank Limburg
Verzoekster, bewoner en huurder van de woning, werd geconfronteerd met een last onder bestuursdwang tot sluiting van haar woning voor twaalf maanden vanwege de vondst van aanzienlijke hoeveelheden hard- en softdrugs. Zij maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat aan de formele vereisten voor het treffen van een voorlopige voorziening was voldaan en dat verzoekster spoedeisend belang had vanwege het verlies van haar woning. Verzoekster stelde dat het besluit in strijd was met het motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel en voerde aan dat de sluiting onevenredig was, mede vanwege de impact op haar minderjarige kinderen en haar financiële situatie.
De rechter overwoog dat het bestuursorgaan redelijk gebruik had gemaakt van zijn bevoegdheid op grond van artikel 13b van de Opiumwet en dat er geen bijzondere omstandigheden waren die de sluiting onevenredig maakten. De financiële gevolgen en mogelijke verslechtering van de gezondheid van verzoekster werden niet als zodanig aangemerkt. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de woningsluiting wegens drugsaanwezigheid wordt afgewezen.