De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid heeft een verzoek tot wraking ingediend tegen de voorzieningenrechter mr. V.E.J. Noelmans vanwege diens voormalige kantoorgenootschap met de advocaat van de tegenpartij. Verzoekster stelde dat hierdoor een bijzondere persoonlijke band was ontstaan die de onpartijdigheid van de rechter in twijfel trok.
De rechter gaf aan dat hij meer dan tien jaar geleden bij hetzelfde advocatenkantoor als mr. Pfeil werkzaam was, maar dat er geen patroonrelatie bestond en dat er sindsdien geen privécontact meer was geweest. Het contact was beperkt en zakelijk van aard. De wrakingskamer beoordeelde dat de rechter uit hoofde van zijn functie moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij uitzonderlijke omstandigheden een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid opleveren.
De wrakingskamer concludeerde dat de aangevoerde feiten onvoldoende zijn om de onpartijdigheid van de rechter te betwijfelen. Er was geen bijzondere persoonlijke band en geen objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid. Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen.
De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 8 april 2021 door de wrakingskamer van de Rechtbank Limburg te Maastricht.