Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
2.De beoordeling
3.De beslissing
- verklaart het verzoek tot wraking van de rechter niet ontvankelijk;
- verklaart het verzoek tot wraking van de griffier niet ontvankelijk.
Rechtbank Limburg
De wrakingskamer van de Rechtbank Limburg behandelde een wrakingsverzoek van een besloten vennootschap tegen mr. R.H.J. Otto, rechter in dezelfde rechtbank, en de griffier. Het verzoek was ingediend naar aanleiding van een lopende civiele procedure.
Volgens artikel 36 en Pro 37 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering moet een wrakingsverzoek gemotiveerd zijn en feiten of omstandigheden bevatten die het vermoeden van partijdigheid rechtvaardigen. Het ingediende verzoek was summier en bevatte geen concrete feiten of omstandigheden ter onderbouwing van het vermoeden van onpartijdigheid.
De wrakingskamer oordeelde dat het verzoek niet voldeed aan de wettelijke motiveringsvereisten en verklaarde het verzoek tot wraking van de rechter en de griffier niet ontvankelijk. Tevens werd opgemerkt dat er geen wettelijke grondslag bestaat voor wraking van de griffier. Een mondelinge behandeling werd achterwege gelaten en de beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 19 juli 2021.
Uitkomst: Wrakingsverzoek tegen rechter en griffier niet ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan motivering.