Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
2.De feiten
(…)
31-05-2012
(…)
(…)
3.Het geschil
4.De beoordeling
- dagvaarding € 105,09
- griffierecht € 499,00
- salaris gemachtigde
Rechtbank Limburg
De huurder had van 1990 tot 2012 een huurovereenkomst met Woonpunt voor een woning die zij in slechte staat opleverde. Na beëindiging van de huur ontstond een geschil over herstelkosten van de woning. Woonpunt stelde dat de woning op last van de burgemeester was gesloten wegens overtreding van de Opiumwet, waardoor geen voorinspectie kon plaatsvinden en huurder de schade niet zelf kon herstellen.
In 2014 sloten partijen een vaststellingsovereenkomst waarin huurder een betalingsregeling voor de herstelkosten accepteerde. Huurder kwam echter niet na deze betalingsverplichting, waarna Woonpunt de overeenkomst ontbond en de volledige vordering opeiste.
De kantonrechter oordeelde dat huurder tekortgeschoten is in haar verplichtingen, dat de ontbinding rechtsgeldig is en dat huurder gehouden is tot betaling van de herstelkosten, wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten. Het verweer van huurder over onwetendheid en betalingsonmacht faalde. De vordering werd toegewezen en huurder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vaststellingsovereenkomst is ontbonden en huurder is veroordeeld tot betaling van €2.842,95 plus wettelijke rente en kosten.