ECLI:NL:RBLIM:2021:5733
Rechtbank Limburg
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot wraking rechter te laat ingediend, verzoeker niet ontvankelijk
Op 8 juli 2021 diende verzoeker een verzoek tot wraking in tegen mr. V.E.J. Noelmans, rechter in de rechtbank Limburg, naar aanleiding van bezwaren over de gang van zaken rondom het opvragen van verhinderingen en de planning van de mondelinge behandeling.
De wrakingskamer beoordeelde eerst de ontvankelijkheid van het verzoek. Volgens artikel 36 en Pro 37 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering moet een wrakingsverzoek worden ingediend zodra de feiten of omstandigheden waarop het is gebaseerd bekend zijn geworden. Verzoeker had de rechtbank al op 18 juni 2021 schriftelijk geïnformeerd over zijn bezwaren, maar diende het wrakingsverzoek pas ruim twee weken later in, op 8 juli 2021.
Hoewel verzoeker aanvoerde dat coronamaatregelen, vakantie van zijn vertegenwoordiger en eigen verhinderingen het eerder indienen onmogelijk maakten, onderbouwde hij dit niet voldoende. De wrakingskamer oordeelde daarom dat het verzoek niet tijdig was ingediend en verklaarde verzoeker niet ontvankelijk. Het verzoek werd zonder behandeling ter zitting afgedaan.
De beslissing werd op 16 juli 2021 openbaar uitgesproken door de wrakingskamer van de rechtbank Limburg, bestaande uit drie rechters en een griffier.
Uitkomst: Verzoek tot wraking van de rechter is te laat ingediend en verzoeker is niet ontvankelijk verklaard.