Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
- dagvaarding € 113,19
- griffierecht € 236,00
- salaris gemachtigde
Rechtbank Limburg
De huurder had een woonruimte gehuurd en bij aanvang een borgsom van €975 betaald. Na beëindiging van de huurovereenkomst ontstond een geschil over de terugbetaling van de borgsom. De verhuurder hield de borgsom volledig in wegens achtergebleven vuil en schade.
De kantonrechter stelde vast dat de huurder de woning niet schoon had achtergelaten, wat blijkt uit een vergelijking van het opnamerapport bij aanvang en het opleverrapport bij einde huur. De verhuurder mocht daarom de schoonmaakkosten van de borgsom inhouden. De kosten werden begroot op €292,20 op basis van een factuur en redelijke uren.
Schade aan handdoekhouder, kraan, wc-bril en vlekken op muren waren bij de voorinspectie zichtbaar en konden niet achteraf op de huurder worden verhaald. De verhuurder mocht deze kosten niet van de borgsom aftrekken.
De verhuurder moet daarom €682,80 van de borgsom terugbetalen aan de huurder, plus een evenredig deel van de buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente. De overige vorderingen van de huurder werden afgewezen. De verhuurder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Verhuurder mag €292,20 aan schoonmaakkosten op borgsom inhouden en moet €682,80 plus rente en incassokosten terugbetalen.