Uitspraak
RECHTbANK Limburg
1.Onderzoek van de zaak
- 29, 30 en 31 maart 2021,
- 6, 7, 13, 14, 19, 21, 26 en 28 april 2021,
- 3, 4, 25, 26, 27 en 28 mei 2021 en
- op 9 juli 2021 is het onderzoek gesloten.
2.De vordering van de officier van justitie
3.De beoordeling
- het (privé) wederrechtelijk verkregen voordeel, samen met [verdachte 25] , van 213.845,62 euro;
- het wederrechtelijk verkregen door de onderneming [naam VOF] , berekend op in totaal 375.448,05 euro, waarvan op basis van het winstaandeel 50.517,21 euro en 2.305,58 euro worden toebedeeld aan [verdachte 19] .
9.454,43 eurogedateerd 21 september 2009 staat genoteerd ‘Betrag in bar erhalten’ (bedrag in contanten ontvangen). Die betaling is daarnaast ook niet teruggevonden op een van de bankrekeningen (pg. 21, 84, 95, 97). [3]
18.430 euro. Voor dit onderzoek wordt er daarom vanuit gegaan dat de handelswaarde het aankoopbedrag bedroeg. Bij analyse van de bankgegevens van [verdachte 19] en de onderneming waarin hij gelieerd is, werden geen mutaties aangetroffen die te herleiden zijn tot de aankoop van de Mercedes met kenteken [kenteken 2] . In verband hiermee wordt de door het LIV verstrekte informatie gebruikt om een indicatieve contante aankoopprijs van deze auto te betalen. [5]
- 63.129,05 euro (contante stortingen);
- 9.454,43 euro (contante betaling onderhoud camper);
- 18.430,00 euro (contante aankoop Mercedes CL 600),
64.575,48 euroméér contant heeft uitgegeven dan hij contant beschikbaar zou hebben gehad.
212.184,62 euro. Dat bedrag is opgebouwd uit 147.609,14 euro over de periode 1 januari 2010 tot en met 27 mei 2015 en 64.575,48 euro over het jaar 2009.
212.184,62 euroaan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
4.Het wettelijke voorschrift
5.De beslissing
- stelt het bedrag, waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat, vast op
- legt [verdachte 19] de verplichting op tot
gijzelingdie met toepassing van artikel 6:6:25 van Pro het Wetboek van Strafvordering ten hoogste kan worden gevorderd op
1.080 dagen.