Uitspraak
RECHTBANK limburg
[Naam] , verzoeker,
de Raad van de Orde van Advocaten Limburg, de Raad van de Orde
Procesverloop
Overwegingen
wordt verlengd” (
onderstreping voorzieningenrechter). Dat uit de e-mail van verzoeker niet ondubbelzinnig blijkt dat verzoeker verzoekt zijn advocaatstage te verlengen, leidt de voorzieningenrechter echter niet tot het oordeel dat de Raad van de Orde ten onrechte stelt dat verzoeker in deze e-mail om verlenging van zijn advocaatstage tot 1 oktober 2021 heeft verzocht. Voor dit oordeel acht de voorzieningenrechter van belang dat de Algemene Raad verzoeker bij besluit van 15 april 2021 - dus voorafgaand aan de e-mail van verzoeker van 11 mei 2021 - met ingang van 16 juni 2021 van het tableau heeft geschrapt. De Algemene Raad is daartoe overgegaan, omdat verzoeker niet binnen een termijn van drie jaar vanaf het inschrijven op het tableau zijn advocaatstage met gunstig gevolg heeft voltooid én hij geen bewijs kan overleggen dat hij het examen van de beroepsopleiding met gunstig gevolg heeft afgelegd. Nadat de Algemene Raad zijn voornemen bekend had gemaakt verzoeker van het tableau te schrappen, heeft verzoeker de Algemene Raad in zijn zienswijze verzocht daarvan af te zien. Verzoeker gaat er namelijk vanuit dat zijn advocaatstage wordt verlengd met de periode dat hij is uitgevallen en dat hij de toetsen die hij nog moet behalen in die periode kan behalen. De Raad van de Orde heeft verzoeker echter één dag voor het indienen van zijn zienswijze laten weten dat zijn advocaatstage vanaf het moment van zijn ziekmelding overeenkomstig artikel 3.4, tweede lid, aanhef en onder a, van de Verordening op de Advocatuur (de Voda) is opgeschort, omdat eiser de praktijk langer dan drie maanden niet heeft uitgeoefend. Tegen deze achtergrond heeft de Raad van de Orde de e-mail van
zo begrijpt de voorzieningenrechter) artikel 12 van Pro de beleidsregel. Zoals de voorzieningenrechter onder 11. heeft geoordeeld, moet het bestreden besluit worden aangemerkt als een besluit als bedoeld in artikel 6:19 van Pro de Awb, waarbij de Raad van de Orde het besluit van de deken van 12 mei 2021 heeft ingetrokken. Wat betreft de vraag of de Raad van de Orde het verzoek van verzoeker om verlenging van zijn advocaatstage mocht afwijzen, overweegt de voorzieningenrechter als volgt.
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 6 juli 2021.