Uitspraak
RECHTBANK limburg
uitspraak van de meervoudige kamer van 5 juli 2021 in de zaak tussen
[Naam 1] te [woonplaats], eiser,
het dagelijks bestuur van het Waterschap Limburg, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.
Rechtbank Limburg
Eiser verzocht in december 2018 bij Waterschap Limburg om schadevergoeding uit hoofde van nadeelcompensatie in verband met de herinrichting van de Eckeltsebeek in 2005. Het Waterschap wees dit verzoek af wegens verjaring, omdat de schade zich volgens hen in 2005 had geopenbaard en de verjaringstermijn toen was gestart.
Eiser stelde dat de schade pas vanaf 2014 vaststond en dat het Waterschap onzorgvuldig had gehandeld door hem niet tijdig te informeren en hem niet de mogelijkheid tot herstelverzuim te bieden. Tevens voerde hij aan dat het gelijkheidsbeginsel was geschonden omdat een vergelijkbaar verzoek van een andere partij, [naam 2], wel werd gehonoreerd.
De rechtbank oordeelde dat de schade zich vanaf 2005 had geopenbaard en dat het Waterschap terecht gebruik had gemaakt van de bevoegdheid om verjaring tegen te werpen. De rechtbank vond geen bijzondere omstandigheden die het toepassen van verjaring in de weg stonden en geen schending van het gelijkheidsbeginsel. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn verzoek om nadeelcompensatie wegens verjaring is ongegrond verklaard.