Uitspraak
RECHTBANK limburg
[naam 1] te [plaats], verzoeker
de Burgemeester van de gemeente Horst aan de Maas, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 22 juni 2021.
Rechtbank Limburg
De burgemeester van Horst aan de Maas legde op grond van artikel 13b van de Opiumwet een last onder bestuursdwang op tot sluiting van een woning met bijbehorende garage en erf voor 24 maanden vanwege het aantreffen van een drugslaboratorium met grote hoeveelheden harddrugs. Dit was de derde overtreding op deze locatie. De verzoeker maakte bezwaar tegen de sluiting van de woning en vroeg om een voorlopige voorziening om de sluiting te schorsen totdat op het bezwaar was beslist.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de woning en garage als één samenhangend geheel moeten worden beschouwd vanwege hun ruimtelijke nabijheid, gezamenlijke inrit, kadastrale aanduiding en functionele samenhang (zoals het gebruik van water en stroomvoorziening vanuit de woning). Daarnaast waren in de woning illegale wapens en een grote som contant geld aangetroffen, wat duidt op betrokkenheid bij drugshandel.
De rechter stelde vast dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting van de woning en dat de sluiting van 24 maanden binnen het Damoclesbeleid viel, ondanks dat eerdere overtredingen meer dan drie jaar geleden waren. De ernst van de overtreding, recidive en de ligging in een grensstreek met drugstoerisme rechtvaardigden de maatregel. De voorzieningenrechter vond de sluiting niet onevenredig, ook niet gezien de gevolgen voor het aspergebedrijf van verzoeker, omdat de bedrijfsvoering doorging en de hinder beperkt was tot administratieproblemen die niet concreet waren onderbouwd.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en bleef de sluiting van de woning van kracht.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wordt afgewezen.