ECLI:NL:RBLIM:2021:4941

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
16 juni 2021
Publicatiedatum
18 juni 2021
Zaaknummer
8505197 BR VERZ 20-165
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:210 BWArt. 4:214 BWArt. 4:218 BW
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vereffenaar krijgt gelegenheid om te voldoen aan wettelijke verplichtingen nalatenschap

De kantonrechter van de Rechtbank Limburg heeft bij beschikking van 16 juni 2021 geoordeeld over het verzoek van een erfgenaam en vereffenaar van een nalatenschap. De vereffenaar had niet voldaan aan de aanwijzingen van de kantonrechter met betrekking tot de verplichtingen uit het erfrecht en het Burgerlijk Wetboek, met name de artikelen 4:210 en 4:214 BW.

De kantonrechter stelde vast dat uit de ingebrachte processtukken niet bleek dat de vereffenaar had voldaan aan de aanwijzing om de schuldeisers van de nalatenschap tijdig op te roepen hun vorderingen in te dienen en de vereiste berekeningen te overleggen. Er was een uitstel van twee weken verleend, maar alsnog ontbrak de naleving van de wettelijke bepalingen.

Daarom werd de vereffenaar in de gelegenheid gesteld om zich binnen een maand uit te laten over de naleving en om bewijsstukken te overleggen waaruit blijkt dat aan de wettelijke verplichtingen is voldaan, waaronder artikel 4:218 lid 1 BW Pro. De kantonrechter maakte duidelijk dat geen verdere uitstel zal worden verleend.

Deze beschikking werd in het openbaar uitgesproken door kantonrechter R.P.J. Quaedackers te Maastricht, waarbij tevens de proceduregeschiedenis werd vermeld, waaronder eerdere brieven en een beschikking van november 2020.

Uitkomst: De vereffenaar wordt in de gelegenheid gesteld om binnen een maand te voldoen aan de wettelijke verplichtingen omtrent de nalatenschap.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht / Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer 8505197 BR VERZ 20-165
Beschikking van 16 juni 2021
op een verzoek van
[verzoekster],
wonend te [woonplaats] aan de [adres] ,
verzoekster, in haar hoedanigheid van erfgenaam en vereffenaar van de nalatenschap van [erflaatster] ,
gemachtigde mr. L.M.M. Loerakker.

1.Verloop van de procedure

Het verdere verloop van de procedure volgt uit:
1.1.
De beschikking van de kantonrechter van 11 november 2020.
1.2.
De brieven met bijlagen van mr. H.J.E. de Bruin, ter griffie van deze rechtbank ontvangen op 23 en 24 november 2020 en 20 mei 2021.
1.3.
De brieven van de gemachtigde van verzoekster ter griffie van deze rechtbank ontvangen op 15 januari, 19 februari en 4 maart 2021.
1.4.
Vervolgens is beschikking bepaald op heden.

2.De beoordeling

2.1.
Bij opgemelde beschikking heeft de kantonrechter de vereffenaar de aanwijzing gegeven om te voldoen aan het bepaalde in art. 4:214 leden Pro 1, 2, 4 en 5 BW> verder heeft de kantonrechter de datum waarop de schuldeisers van de nalatenschap van [erflaatster] hun vorderingen uiterlijk bij de vereffenaar kunnen indienen op 1 december 2020 gesteld en bepaald dat de vereffenaar door middel van plaatsing van een oproep in de Staatscourant de schuldeisers van de nalatenschap oproept om hun vorderingen uiterlijk op 1 december 2020 bij haar in te dienen. Door tussenkomst van de gemachtigde van de vereffenaar is een uitstel van twee weken verleend om de vorderingen van de schuldeisers van de nalatenschap te berekenen. De gemaakte berekening is volgens de vereffenaar voorgelegd aan een fiscalist.
2.2.
Uit geen van de processtukken volgt dat de vereffenaar heeft voldaan aan de aanwijzing van de kantonrechter ten aanzien van het bepaalde in art. 4:214 leden Pro 1 tot en met 5 BW. De vereffenaar wordt in de gelegenheid gesteld om zich hierover binnen een maand na heden uit te laten. Indien en voor zover de vereffenaar wel aan voormelde aanwijzing heeft voldaan, dan dient zij binnen een maand na heden bescheiden waaruit dat blijkt aan te leveren en te voldoen aan het bepaalde in art. 4:218 lid 1 BW Pro. Een nader uitstel zal niet worden verleend.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
stelt de vereffenaar in de gelegenheid om binnen een maand na heden te voldoen aan het in r.o. 2.2. verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.P.J. Quaedackers, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken.
YT