Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
- dagvaarding € 106,01
- griffierecht € 240,00
- salaris gemachtigde
Rechtbank Limburg
De huurder heeft een woning gehuurd voor onbepaalde tijd met een minimumduur van drie jaar. De maandelijkse huur bedraagt €1.150,-. De verhuurder vordert ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde vanwege een aanzienlijke huurachterstand. De huurder erkent een betalingsachterstand van vier maanden, maar onderbouwt dit niet met bewijs, terwijl de verhuurder stelt dat de achterstand ruim acht maanden bedraagt.
De kantonrechter stelt vast dat de huurder onvoldoende heeft onderbouwd dat de achterstand slechts vier maanden betreft en neemt daarom de door de verhuurder gestelde huurachterstand van ruim acht maanden aan. De financiële omstandigheden van de huurder worden niet als voldoende zwaarwegend beoordeeld om ontbinding te voorkomen.
De kantonrechter wijst de vorderingen van de verhuurder toe: ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming binnen veertien dagen na betekening van het vonnis, betaling van €7.100,- aan huurachterstand tot 1 april 2021, buitengerechtelijke incassokosten van €883,30, wettelijke rente vanaf dagvaarding, en maandelijkse huurvergoeding tot ontruiming. De huurder wordt tevens veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurder veroordeeld tot ontruiming en betaling van de huurachterstand, incassokosten en wettelijke rente.