De rechtbank Limburg behandelde op 27 mei 2021 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene.
Uit de medische stukken en de zitting bleek dat betrokkene sinds maart 2021 positieve ontwikkelingen heeft doorgemaakt, waaronder verhuizing naar een nieuwe woning buiten het criminele circuit, geen drugs- en alcoholgebruik meer, minder slaapproblemen en afwezigheid van suïcidaliteit. Betrokkene staat open voor noodzakelijke behandeling en kan deze in een ambulante setting ontvangen, wat door de ter zitting aanwezige psychiater werd bevestigd.
De rechtbank concludeert dat niet is voldaan aan de criteria voor verplichte zorg omdat er voldoende mogelijkheden zijn voor passende zorg op vrijwillige basis en er minder bezwarende alternatieven zijn die hetzelfde effect beogen. Daarom wijst de rechtbank het verzoek tot zorgmachtiging af.
De beschikking werd openbaar uitgesproken op 27 mei 2021 en schriftelijk vastgelegd op 1 juni 2021. Tegen deze beschikking staat cassatie open.