Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
[gedaagde sub 1],
h.o.d.n. [handelsnaam] , in haar hoedanigheid van beschermingsbewindvoerder over alle goederen van [gedaagde sub 2] ,
[gedaagde sub 2],
1.De procedure
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 7,
- de door [eiseres] overgelegde productie 8,
- de mondelinge behandeling op 25 mei 2021.
2.De feiten
4.De beoordeling
– onweersproken gelaten – verblijf zonder recht of titel. Dit klemt temeer, nu ter zitting is gebleken dat de oom, ondanks de geboden begeleiding en hulp, niet de benodigde (vervolg)stappen zet om in aanmerking te komen voor een uitkering en woonruimte.