Uitspraak
RECHTBANK limburg
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 mei 2021 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
“Vanuit de Awbz was er vanaf 24-4-2013 tot 6-5-2016 een indicatie afgegeven voor een ZP VG 3. Deze indicatie is vanwege het overgangsrecht Wlz in 2015 omgezet naar een blijvende indicatie. Hierover is naar de verzekerde op 7-12-2015 een brief gestuurd. De begeleider van de verzekerde heeft toen het verzoek gekregen om deze aanvraag schriftelijk (per mail) te doen. Het is in het dossier van verzekerde niet terug te vinden of er een vervolg is geweest. Dat verklaart mogelijk waarom de verzekerde in 2017 een nieuwe aanvraag heeft gedaan.”Uit dit citaat leidt de rechtbank af dat aan eiser ook voor 10 augustus 2017 al zorg werd toegekend op grond van de Wlz, althans dat hij daarop aanspraak maakte. Het is de rechtbank niet duidelijk hoeveel. Uit het citaat blijkt immers niet evident welke zorg in welke omvang op grond van de Wlz aan eiser is toegekend over de periode voorafgaand aan 10 augustus 2017, terwijl er door het citaat wel aanwijzingen bestaan dat eiser daar recht op had. Nu eiser geen inzicht heeft geboden in de door hem op grond van de Wlz toegekende en mogelijk ook genoten zorg, heeft verweerder terecht het standpunt ingenomen dat zijn ondersteuningsbehoefte op grond van de WMO 2015 over de gehele te beoordelen periode niet valt vast te stellen.
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 25 mei 2021 .