Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
- de verdachte wist dat er een defect was in de maaiarmconstructie waardoor deze niet op de juiste en veilige wijze bevestigd kon worden;
- de verdachte wist dat zijn zicht vanaf de bestuurdersstoel hierdoor beperkt werd;
- de verdachte wist dat de monteur ter plaatse zou komen waarbij de afspraak was dat hij ter plaatse zou wachten op de monteur om het defect te verhelpen;
- de verdachte is ondanks het belemmerde zicht gaan rijden;
- uit de eigen verklaring van de verdachte is af te leiden dat de verdachte zich ervan bewust was dat hij daarmee het risico liep dat hij iemand aan zou rijden;
- het gaat om een zeer zwaar en groot voertuig;
- er is sprake van Garantenstellung, omdat de verdachte voor zijn beroep bestuurder van dit landbouwvoertuig is;
- uit het schouwverslag blijkt dat er een causaal verband bestaat tussen de aanrijding en het overlijden van het slachtoffer.
De giek van de maaiarm kon door een technisch gebrek niet in de punt van de werktuigdrager geplaatst worden.
- de verdachte op 8 november 2019 als bestuurder van een landbouwvoertuig (trekkercombinatie) heeft gereden over de Lorweg en de Laagheideweg te America, in de gemeente Horst aan de Maas;
- het voertuig waarin de verdachte reed was voorzien van een werktuig (maaiarm) welke niet conform de veiligheidsvoorschriften was bevestigd;
- de verdachte ervan op de hoogte was dat de maaiarm niet op de juiste wijze was bevestigd;
- het zicht in ernstige mate werd belemmerd door de maaikooi van het werktuig;
- de verdachte zich dit ook gerealiseerd heeft;
- de verdachte heeft verklaard dat hij aan de rechtervoorzijde geen zicht had over een afstand van 10 meter;
- de verdachte, ondanks het defect en de wetenschap dat de monteur het defect zou komen oplossen, de keuze heeft gemaakt om te gaan rijden met de trekkercombinatie;
- de verdachte de heer [slachtoffer] eerder op de Lorbaan heeft zien fietsen, maar hem uit het oog is verloren;
- de verdachte op enig moment de heer [slachtoffer] op de Laagheideweg bij het passeren met zijn trekkercombinatie heeft geraakt;
- de heer [slachtoffer] hierdoor ten val is gekomen;
- de heer [slachtoffer] later die dag in het ziekenhuis aan zijn verwondingen (uitgebreid schedel- en hersenletsel door stomp inwerkend geweld) is overleden.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf
7.De wettelijke voorschriften
8.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 180 uren;
- beveelt dat indien de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 90 dagen;
- terwijl dit voertuig was voorzien van een werktuig (maaiarm) dat niet conform de veiligheidsvoorschriften was bevestigd en/of het zicht (in ernstige mate) werd belemmerd door de maaikooi van het werktuig,
een voor hem, verdachte, op die Laagheideweg, in dezelfde richting rijdende fietser van achteren is genaderd en/of daarbij niet althans onvoldoende heeft gelet op de weg voor hem en/of op mogelijke weggebruikers op die weg voor hem en/of (vervolgens) de snelheid van het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig niet tijdig en/of niet voldoende heeft verminderd en/of niet behoorlijk is uitgeweken om een aanrijding of botsing met die eerder genoemde fietser, zijnde voornoemde [slachtoffer] , te voorkomen, waardoor, althans mede waardoor, een botsing en/of aanrijding is ontstaan met/tussen/door zijn , verdachtes, motorrijtuig en die fietser,
althans de door die fietser bestuurde fiets;
( art 6 Wegenverkeerswet Pro 1994 )
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 8 november 2019 te America, in de gemeente Horst aan de Maas als bestuurder van een voertuig (land- of bosbouwtrekker), daarmee rijdende op de weg, Laagheideweg,
- terwijl dit voertuig was voorzien van een werktuig (maaiarm) dat niet conform de veiligheidsvoorschriften was bevestigd en/of het zicht (in ernstige mate) werd belemmerd door de maaikooi van het werktuig,
een voor hem, verdachte, op die Laagheideweg, in dezelfde richting rijdende fietser van achteren is genaderd en/of daarbij niet althans onvoldoende heeft gelet op de weg voor hem en/of op mogelijke weggebruikers op die weg voor hem en/of (vervolgens) de snelheid van het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig niet tijdig en/of niet voldoende heeft verminderd en/of niet behoorlijk is uitgeweken om een aanrijding of botsing met die eerder genoemde fietser te voorkomen, waardoor, althans mede waardoor, een botsing en/of aanrijding is ontstaan met/tussen/door zijn, verdachtes, motorrijtuig en die fietser, althans de door die fietser bestuurde fiets, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;