Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
missed abortion. Omdat curettage beladen was (na een eerdere abortus door middel van medisch ingrijpen) werd besloten een week af te wachten. Op 23 februari 2005 werd alsnog een curettage ingepland. Op 22 februari 2005 deelde de verdachte telefonisch mede dat [slachtoffer] weefsel had verloren en waarschijnlijk een miskraam had. De afspraak voor curettage een dag later werd daarom geannuleerd. [4]
17 augustus 2005 heeft toegegeven medicatie te hebben toegediend. [8] Hij zou dit gezegd hebben, omdat [slachtoffer] dreigde naar de Inspectie voor de Gezondheidszorg te stappen en te melden dat de verdachte, als huisarts van [slachtoffer] , een relatie met haar had. De bekentenis zou volgens de verdachte dus onjuist zijn geweest.
1.
3.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf
7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering ten aanzien van het resterende bedrag aan immateriële schade;
- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer, [slachtoffer] , van € 10.911,05, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 14 april 2016 tot aan de dag van de volledige voldoening;
- bepaalt dat, indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 89 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.