Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- het verzoekschrift met bijlagen;
- het verweerschrift met bijlagen;
- de mondelinge behandeling op 14 april 2021 en de pleitaantekeningen van mr. Sterk.
Rechtbank Limburg
In deze civiele procedure verzocht CALL COGENS B.V. vergoeding van proceskosten van verweerster. Tijdens de mondelinge behandeling trok Cogens haar verzoek in, waardoor de inhoudelijke gronden niet meer konden worden beoordeeld.
De kantonrechter oordeelde dat Cogens als de in het ongelijk gestelde partij moest worden aangemerkt en veroordeelde haar tot betaling van de proceskosten van verweerster. Verweerster had een volledige vergoeding van de werkelijk gemaakte proceskosten gevorderd, maar dit werd afgewezen omdat er geen sprake was van buitengewone omstandigheden zoals misbruik van procesrecht.
De proceskosten werden daarom vastgesteld op basis van het reguliere liquidatietarief, een bedrag van €747,- aan salaris gemachtigde. Het meer of anders gevorderde werd afgewezen. De beschikking werd in het openbaar uitgesproken door mr. P.H.M. Kuster.
Uitkomst: Cogens is veroordeeld tot betaling van proceskosten van €747,-, volledige vergoeding werkelijke kosten afgewezen.