Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- de rolbeslissing van 13 mei 2020
- de conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie met producties 6 tot
- de conclusie van dupliek in conventie tevens van repliek in reconventie
- de conclusie van dupliek in reconventie.
2.De feiten
- € 330.000,00 met nummer 1307901816 met een rente van 5,8% (15 jaar vast, zowel rente als aflossing), waaraan een Opbouwspaarrekening was gekoppeld,
- € 55.000,00 met nummer 1307901832 met een rente van 6,3% (15 jaar vast, zowel rente als aflossing), waaraan een Opbouwspaarrekening was gekoppeld,
- € 10.000,00 met nummer 1307909361 met een rente van 5,1% (5 jaar vast, zowel rente als
- Aandeel in de hypotheek verstrekking (Rabo Opbouw Hypotheek) met dossiernummer 1307.901.816 voor [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] : € 125.000
- Aandeel in de hypotheek verstrekking (Rabo Opbouw Hypotheek) met dossiernummer 1307.901.816 voor [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] : € 205.000
- 44% van de woning betaald aan voormalig eigenaar (...) [naam partner] (...) en
- 6 % betaald aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] .
terugbetaalbaar op eerste verzoek van” [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] (productie 12 dagvaarding).
3.Het geschil
in conventie
primair€ 6.302,98 althans
subsidiair€ 5.483,36, beide bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW Pro, te rekenen vanaf de dag dezer dagvaarding althans vanaf veertien dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis, verschuldigd tot aan de dag der algehele voldoening;
primairde somma van € 9.100,-- en
subsidiairde somma van € 12.300,-- beide bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW Pro, te rekenen vanaf 5 augustus 2014 althans vanaf 13 september 2019 althans vanaf de dag dezer dagvaarding althans vanaf veertien dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis, verschuldigd tot aan de dag der algehele voldoening;
4.De beoordeling
in conventie
bedenkt (…) over de vraag of hij de gehele koopovereenkomst zal vernietigen. (...) Het kan niet zo zijn dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] op basis van een onrechtmatige daad vorderingen verkrijgt op [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] . Deze eventuele vorderingen (des neen) zijn dan in ieder geval even groot als de schadevergoeding die [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] dient te krijgen en dient alsdan daarmee verrekend te worden. In voorkomend geval wenst [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zijn schade te bewijzen eventueel via de schadestaatprocedure.”. Dit alles is onbegrijpelijk omdat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] onder 6 een proceskostenveroordeling heeft gevorderd. De rechtbank zal hierna het door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] aangevoerde voor zover dit in het licht van het door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] gevorderde begrijpelijk is, beoordelen.
Hiermee moet ook duidelijk zijn dat alle eventuele vorderingen zijn verdisconteerd in de schuldbekentenis.” De rechtbank gaat hieraan voorbij, nu het enkele feit dat de levering plaatsvond op dezelfde dag als waarop de schuldbekentenis is overeengekomen, geen enkele aanwijzing geeft om daaruit een door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] aangevoerde verdiscontering van vorderingen te kunnen afleiden.
hetgeen geen wet is”. “
De rechtbank heeft partijen hoofdelijk veroordeeld tot het betalen van de restschuld. Uitgangspunt is dus dat partijen dit bij helfte dienen te voldoen. Enige verdeelsleutel is onbegrijpelijk. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] is overigens te allen tijde bereid geweest om een regeling te treffen. Een bedrag van meer dan € 100.000,00 is echter buiten alle proporties.”.
extra storting van G [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] omwille van achterstalligheid FvE” heeft verricht. Deze vordering is op 28 mei 2014 opeisbaar geworden. Gelet hierop is de verjaringstermijn van 5 jaar met ingang van 28 mei 2019 voltooid. Voor zover [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft beoogd met haar het e-mailbericht van 10 juni 2014 (productie 13) de verjaring te hebben gestuit, dan zou de verjaringstermijn op 11 juni 2019 zijn voltooid.
en dit beslag ook terecht was aangezien zij in ieder geval een bedrag ad meer dan € 50.000,00 verschuldigd / is was aan de bank uit hoofde van een boeterente.”
als er al een bedrag betaald moet worden (des neen) dan is dat hoogstens € 12.300,00 (...)”.
des neen” waarmee [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] kennelijk de schuldbekentenis van 5 augustus 2014 betwist is onvoldoende om hem in zijn verweer te volgen. Niet weersproken is dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] die schuldbekentenis is aangegaan en dat het op eerste verzoek van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] door hem aan haar moet worden betaald. Dit deel van het gevorderde ligt dan ook voor toewijzing gereed. De gevorderde wettelijke rente is door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] niet weersproken. Nu in het lichaam van de dagvaarding deze is gevorderd vanaf 2 augustus 2014 althans de dag der dagvaarding, terwijl bij petitum is gevorderd vanaf 5 augustus 2014 althans vanaf 13 september 2019 althans vanaf de dag der dagvaarding, hetgeen inconsistent is, zal de rechtbank de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding (zijnde 9 maart 2020) toewijzen.