ECLI:NL:RBLIM:2021:3374

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
14 april 2021
Publicatiedatum
19 april 2021
Zaaknummer
9017325 \ CV EXPL 21-780
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 111 lid 2 onder d RvArt. 21 Rv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betalingsvordering Zilveren Kruis Zorgverzekeringen tegen consument toegewezen

De zaak betreft een vordering van Zilveren Kruis Zorgverzekeringen N.V. tegen een consument, waarbij de gedaagde niet heeft gereageerd na verkregen uitstel. De kantonrechter beoordeelde de dagvaarding en stelde vast dat deze voldeed aan de wettelijke eisen, waaronder de eis en de gronden daarvan. Tevens werd vastgesteld dat de beschermende bepalingen van het Europees consumentenrecht niet zijn geschonden.

Omdat de gedaagde niet heeft gereageerd, werd de vordering als niet weersproken beschouwd en toegewezen. De gedaagde werd veroordeeld tot betaling van €462,55, vermeerderd met wettelijke rente over een deel van het bedrag vanaf 15 januari 2021 tot volledige betaling.

Daarnaast werd de gedaagde veroordeeld in de proceskosten, die werden gematigd conform de aanbevelingen van het LOVCK. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde werd afgewezen.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €462,55 met rente en in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 9017325 \ CV EXPL 21-780
Vonnis van de kantonrechter van 14 april 2021
in de zaak van:
de naamloze vennootschap
ZILVEREN KRUIS ZORGVERZEKERINGEN N.V.,
gevestigd te Utrecht,
eisende partij,
gemachtigde drs. M.D. Brouwer,
tegen:
[gedaagde],
wonende [adres] ,
[woonplaats] ,
gedaagde partij,
procederende in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- het verzoek om uitstel van gedaagde partij.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
Op grond van artikel 111 lid 2 onder Pro d Rv dient de dagvaarding de eis en de gronden daarvan te vermelden en op grond van artikel 21 Rv Pro dient eisende partij de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren.
2.2.
De kantonrechter is van oordeel dat de dagvaarding aan de voormelde vereisten voldoet.
2.3.
Gedaagde partij is een consument, althans wordt vermoed een consument te zijn.
Op grond van de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie, dient de rechter de beschermende bepalingen van het Europees consumentenrecht ook toe te passen als daar niet om gevraagd is (‘ambtshalve toepassing’).
2.4.
De kantonrechter is van oordeel dat in deze zaak geen beschermende bepalingen van het Europees consumentenrecht zijn geschonden.
2.5.
Gedaagde partij heeft, na verkregen uitstel niet meer geantwoord. De vordering van eisende partij staat daarom als niet weersproken tussen partijen vast en behoort als onvoldoende betwist te worden toegewezen.
2.6.
Gedaagde partij zal worden veroordeeld in de kosten van de procedure met dien verstande dat de gevorderde kosten dagvaarding overeenkomstig de aanbevelingen van het LOVCK worden toegewezen (exploot € 85,81, bevraging digitaal beslagregister € 1,83, BRP voor titel € 1,80, btw € 18,78).
De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op:
  • dagvaarding € 108,22
  • griffierecht € 126,00
  • salaris gemachtigde €
totaal € 309,22

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 462,55, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 387,50 vanaf 15 januari 2021 tot de dag van volledige betaling,
3.2.
veroordeelt gedaagde partij voorts in de kosten van de procedure aan de zijde van eisende partij gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op een bedrag van € 309,22,
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
3.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken.
type: JEC