ECLI:NL:RBLIM:2021:3213

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
31 maart 2021
Publicatiedatum
13 april 2021
Zaaknummer
8995527 \ CV EXPL 21-549
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 111 lid 2 onder d RvArt. 21 RvBesluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering zorgverzekeraar tot betaling en incassokosten afgewezen wegens ontbreken verzuimstelling

De zaak betreft een vordering van Zilveren Kruis Zorgverzekeringen N.V. tegen een consument tot betaling van een bedrag en buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter beoordeelt de dagvaarding en constateert dat deze voldoet aan de formele eisen.

De kantonrechter past ambtshalve de beschermende bepalingen van het Europees consumentenrecht toe, maar oordeelt dat deze niet zijn geschonden. De zorgverzekeraar heeft aanspraak gemaakt op vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten, maar heeft nagelaten te stellen vanaf welke datum de consument in verzuim is geraakt. Hierdoor kunnen de incassokosten niet worden toegewezen.

De wettelijke rente wordt toegewezen vanaf de dag van dagvaarding, aangezien door de dagvaarding verzuim is ingetreden. Gedaagde heeft na uitstel niet meer gereageerd, waardoor de hoofdsom als onvoldoende betwist wordt toegewezen. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van het bedrag van € 832,21, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 6 januari 2021, en tot betaling van de proceskosten van € 739,11. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 832,21 met wettelijke rente vanaf 6 januari 2021 en proceskosten van € 739,11.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht
Zittingsplaats: Maastricht
Zaaknummer: 8995527 \ CV EXPL 21-549
Vonnis van de kantonrechter van 31 maart 2021
in de zaak van:
de naamloze vennootschap
ZILVEREN KRUIS ZORGVERZEKERINGEN N.V.,
gevestigd te Utrecht,
eisende partij,
gemachtigde GGN Mastering Credit B.V.,
tegen:
[gedaagde] ,
wonende [adres] ,
[woonplaats] ,
gedaagde partij,
in rechte verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- het verzoek om uitstel van gedaagde partij.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
Op grond van artikel 111 lid 2 onder Pro d Rv dient de dagvaarding de eis en de gronden daarvan te vermelden en op grond van artikel 21 Rv Pro dient eisende partij de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren.
2.2.
De kantonrechter is van oordeel dat de dagvaarding aan de voormelde vereisten voldoet.
2.3.
Gedaagde partij is een consument, althans wordt vermoed een consument te zijn.
Op grond van de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie, dient de rechter de beschermende bepalingen van het Europees consumentenrecht ook toe te passen als daar niet om gevraagd is (‘ambtshalve toepassing’).
2.4.
De kantonrechter is van oordeel dat in deze zaak geen beschermende bepalingen van het Europees consumentenrecht zijn geschonden.
2.5.
Eisende partij maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim op/na 1 juli 2012 is ingetreden. Alvorens aanspraak bestaat op vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten, moet kunnen worden vastgesteld dat en met ingang van welke datum gedaagde partij in verzuim is. Nu eisende partij echter heeft nagelaten te stellen vanaf welke datum gedaagde partij in verzuim is, kunnen de buitengerechtelijke incassokosten niet worden toegewezen.
2.6.
Nu eisende partij niet voldoende specifiek heeft gesteld met ingang van welke data gedaagde partij met de betaling van de aan de hoofdsom onderliggende facturen in verzuim is, zal de wettelijke rente (over de resterende hoofdsom) worden toegewezen vanaf de dag van dagvaarding. Door de daad van dagvaarding is in elk geval verzuim ingetreden.
2.7.
Gedaagde partij heeft, na verkregen uitstel niet meer geantwoord.
2.8.
De vordering van eisende partij staat voor het overige als niet weersproken tussen partijen vast en behoort als onvoldoende betwist te worden toegewezen.
2.9.
Gedaagde partij zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op:
  • dagvaarding: € 108,11
  • griffierecht: € 507,00
  • salaris gemachtigde:
Totaal € 739,11

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
veroordeelt gedaagde partij om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eisende partij te betalen een bedrag van € 832,21, vermeerderd met de wettelijke rente over € 832,21 vanaf 6 januari 2021 tot de dag van volledige betaling,
3.2.
veroordeelt gedaagde partij in de proceskosten aan de zijde van eisende partij, tot op heden begroot op € 739,11,
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
3.4.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken.