ECLI:NL:RBLIM:2021:3192

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
31 maart 2021
Publicatiedatum
12 april 2021
Zaaknummer
8995387 \ CV EXPL 21-545
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot betaling en rente afgewezen voor rente op rente, toegewezen voor hoofdsom en wettelijke rente

In deze civiele procedure vordert ACCON AVM GROEP B.V. betaling van een bedrag van €3.100,97 inclusief rente van de vennootschap onder firma en haar vennoten. De kantonrechter oordeelt dat de vordering tot rente op rente wordt afgewezen omdat hiervoor geen contractuele grondslag bestaat conform artikel 6:119 lid 2 BW Pro.

De wettelijke rente over de hoofdsom en buitengerechtelijke kosten wordt toegewezen vanaf respectievelijk de datum van opeisbaarheid en de dag van de dagvaarding. Tevens wordt rente over de proceskosten toegekend vanaf de vijftiende dag na betekening van het vonnis.

Gedaagde heeft na uitstel niet meer gereageerd, waardoor de vordering als niet weersproken wordt beschouwd en toewijsbaar is. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de hoofdsom, rente en proceskosten, en het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €3.100,97 met wettelijke rente en proceskosten, rente op rente wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht
Zittingsplaats: Maastricht
Zaaknummer: 8995387 \ CV EXPL 21-545
Vonnis van de kantonrechter van 31 maart 2021
in de zaak van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ACCON AVM GROEP B.V.,
gevestigd te Arnhem,
eisende partij,
gemachtigde mr. E.J.C.F. Coumans, Accon avm juridisch advies B.V.,
tegen:

1.de vennootschap onder firma

[gedaagde sub 1] ,
gevestigd [adres 1] ,
[vestigingsplaats] ,
2.
[gedaagde sub 2] ,
vennoot van gedaagde sub 1,
3.
[gedaagde sub 3] ,
vennoot van gedaagde sub 1,
beide wonende [adres 2] ,
[woonplaats] ,
gedaagde partij,
in rechte verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- het verzoek om uitstel van gedaagde partij.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
Voor zover de vordering strekt tot vergoeding van rente op rente zal deze worden afgewezen, nu gesteld noch anderszins gebleken is dat zulks in afwijking van artikel 6:119 lid 2 BW Pro is bedongen.
2.2.
De gevorderde rente over de buitengerechtelijke kosten zal worden toegewezen vanaf de dag van de dagvaarding, aangezien niet is gesteld of gebleken dat de wederpartij voor de vergoeding van deze kosten eerder dan bij dagvaarding in gebreke is gesteld.
2.3.
De gevorderde rente over de proceskosten zal worden toegewezen met ingang van de vijftiende dag na betekening van dit vonnis.
2.4.
Gedaagde partij heeft, na verkregen uitstel niet meer geantwoord.
De vordering van eisende partij staat voor het overige als niet weersproken tussen partijen vast en behoort als onvoldoende betwist te worden toegewezen.
2.3.
Gedaagde partij zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op:
  • dagvaarding: € 90,67
  • griffierecht: € 507,00
  • salaris gemachtigde:
Totaal € 815,67

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
veroordeelt gedaagde partij om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eisende partij te betalen een bedrag van € 3.100,97, vermeerderd met de wettelijke rente over € 2.500,00 vanaf de datum van opeisbaarheid tot de dag van volledige betaling, tevens vermeerderd met de wettelijke rente over € 375,00 (bik) vanaf 20 januari 2021 tot de dag van volledige betaling,
3.2.
veroordeelt gedaagde partij in de proceskosten aan de zijde van eisende partij, tot op heden begroot op € 815,67, vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
3.4.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken.