Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- het tussenvonnis van 16 september 2020 waarbij een mondelinge behandeling is bepaald
- het proces-verbaal (met de daaraan gehechte pleitnota’s) van de mondelinge behandeling op 17 december 2020
- de brief van mr. Krumpelman van 7 januari 2021 met aanvullende opmerkingen over de inhoud van de pleitnota.
2.De feiten
3.Het geschil
- € 75.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 maart 2019, althans vanaf de dag van dagvaarding, tot de dag van betaling;
- de proceskosten.
- om aan hem de jaaropgaaf 2019 te verstrekken, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 per dag dat [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] na betekening van dit vonnis daarmee in gebreke blijft, tot een maximumbedrag van € 75.000,00,
- tot betaling van de proceskosten.
4.De beoordeling
- dagvaarding € 85,09
- griffierecht € 996,00
- salaris gemachtigde