ECLI:NL:RBLIM:2021:3157
Rechtbank Limburg
- Wraking
- V.P. van Deventer
- R.H.J. Otto
- M.B.T.G. Steeghs
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek wegens ontbreken medeondertekening advocaat
In deze zaak diende een partij een verzoek tot wraking in tegen de rechter wegens vermeende vooringenomenheid en belangenverstrengeling. Het verzoek werd ingediend zonder medeweten of betrokkenheid van de advocaat die de partij vertegenwoordigt. De advocaat ondersteunde het verzoek niet en had het niet medeondertekend.
De wrakingskamer oordeelde dat op grond van artikel 36 Rv Pro een wrakingsverzoek door een partij moet worden ingediend en dat verplichte procesvertegenwoordiging vereist dat de advocaat medeondertekent. Omdat het verzoek niet mede door de advocaat was ingediend en dit ook niet de bedoeling was, kon het verzoek niet als een verzoek van de partij worden beschouwd.
Derhalve werd het verzoek zonder inhoudelijke behandeling niet ontvankelijk verklaard. De beslissing werd genomen door de meervoudige wrakingskamer van de Rechtbank Limburg en op 23 maart 2021 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet ontvankelijk verklaard omdat het niet mede door de advocaat was ingediend.