Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.[gedaagde sub 1] ,
[gedaagde sub 2],
1.De procedure
- de dagvaarding met de producties een tot en met 5b;
- de conclusie van antwoord met twee producties;
- het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 17 februari 2021.
Rechtbank Limburg
Call Cogens B.V. vordert betaling van €30.250,- voor verrichte werkzaamheden aan twee gedaagden, waarbij gedaagde sub 1 niet is verschenen en gedaagde sub 2 de vordering betwist. De vordering is gebaseerd op een verklaring waarin toestemming voor de opdracht zou zijn gegeven door beide gedaagden.
Gedaagde sub 2 betwist de toestemming voor de opdracht, en de directeur van Call Cogens kon niet aangeven wanneer deze toestemming zou zijn verleend. Hierdoor is onvoldoende komen vast te staan dat gedaagde sub 2 als medeopdrachtgever kan worden aangemerkt. De vordering tegen haar wordt afgewezen en haar verzoek tot opheffing van beslag wordt toegewezen.
De vordering tegen gedaagde sub 1 wordt wel toegewezen, waarbij deze partij wordt veroordeeld tot betaling van het gevorderde bedrag vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten. Call Cogens wordt veroordeeld in de proceskosten ten aanzien van gedaagde sub 2. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Vordering tot betaling toegewezen tegen gedaagde sub 1 en afgewezen tegen gedaagde sub 2 wegens ontbreken toestemming.