Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
2.De beoordeling
- dagvaarding: € 102,96
- griffierecht: € 499,00
- salaris gemachtigde:
Rechtbank Limburg
De onderlinge waarborgmaatschappij Centrale Zorgverzekeraars Groep vordert betaling van openstaande zorgpremies en zorgnota's van de gedaagde. De gedaagde is verschenen maar heeft niet inhoudelijk gereageerd na verkregen uitstel.
De kantonrechter stelt vast dat de dagvaarding voldoet aan de wettelijke eisen en dat de beschermende bepalingen van het Europees consumentenrecht niet zijn geschonden. Eisende partij maakt aanspraak op vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten, maar heeft nagelaten te specificeren vanaf welke datum de gedaagde in verzuim is voor de zorgnota's, waardoor deze kosten niet worden toegewezen.
De wettelijke rente wordt toegewezen vanaf de dag van dagvaarding omdat verzuim vanaf dat moment vaststaat. De vordering wordt als niet weersproken geacht en grotendeels toegewezen. De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 1.807,15 plus wettelijke rente en de proceskosten van € 788,96. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 1.807,15 plus wettelijke rente en proceskosten van € 788,96.