Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- het tussenvonnis van 16 december 2020
- de akte uitlaten van eisende partij
2.De beoordeling
- dagvaarding: € 102,96
- griffierecht: € 124,00
- salaris gemachtigde:
Rechtbank Limburg
In deze zaak vordert VGZ Zorgverzekeraar betaling van een openstaand bedrag van €500 wegens wanbetaling van de zorgverzekering. Gedaagde betwist de vordering niet inhoudelijk, maar geeft aan meerdere schulden te hebben en hulp te wensen bij de schulden.
De kantonrechter stelt vast dat de dagvaarding aan de wettelijke vereisten voldoet en dat geen beschermende bepalingen van het Europees consumentenrecht zijn geschonden. Eisende partij heeft de hoofdsom beperkt tot €500 onder voorbehoud van het meerdere.
De kantonrechter wijst de vordering toe, veroordeelt gedaagde tot betaling van het bedrag vermeerderd met wettelijke rente vanaf 1 oktober 2020, en veroordeelt hem tevens in de proceskosten van €301,96. Daarnaast worden nakosten toegekend conform richtlijnen LOVCK, met een maximum van €124 aan salaris nakosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €500 met wettelijke rente en proceskosten.