Uitspraak
RECHTBANK limburg
[verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker
de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 maart 2021.
Rechtbank Limburg
Verzoeker kreeg zijn bestuurderskaart ingetrokken omdat een andere bestuurder deze gebruikte tijdens een rit. Verzoeker betoogde dat het een administratieve fout was en dat intrekking te zwaar was, gezien het ontbreken van frauduleus handelen. De voorzieningenrechter constateerde dat de EU-Verordening een intrekking of schorsing voorschrijft bij gebruik door een ander, maar onduidelijk laat wanneer welke sanctie passend is.
De nationale regeling vermeldt alleen intrekking, maar is gebaseerd op een oudere verordening en sluit niet volledig aan bij de EU-regels. Verweerder kon niet duidelijk motiveren waarom voor intrekking werd gekozen in plaats van schorsing, noch of een belangenafweging had plaatsgevonden. Daarom twijfelde de voorzieningenrechter aan de rechtmatigheid en motivering van het besluit.
Gezien het grote belang voor verzoeker om zijn werk te kunnen doen, werd het besluit geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar. Verweerder werd tevens veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. De uitspraak is definitief en niet vatbaar voor hoger beroep.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de bestuurderskaart is geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar.