Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Het verloop van de procedure
2.De feiten
3.Het verzoek
4.De standpunten van de belanghebbenden en adviseur
5.De beoordeling
6.Beslissing
MK
Rechtbank Limburg
De pleegouders hebben bij de rechtbank Limburg een verzoek ingediend tot beëindiging van het eenhoofdig gezag van de moeder over de minderjarige en tot benoeming van een voogd. De minderjarige woont al ruim negen jaar niet meer bij de moeder en verblijft sinds drie jaar vrijwillig bij de pleegouders. De moeder is volgens de pleegouders haar gezagsverplichtingen niet nagekomen, wat heeft geleid tot praktische problemen en psychische klachten bij de minderjarige.
De raad voor de Kinderbescherming heeft geen onderzoek ingesteld omdat er geen melding was van ernstige ontwikkelingsbedreiging, maar de rechtbank oordeelt anders. Uit de stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat de moeder stelselmatig nalaat belangrijke zaken te regelen en haar toestemming te verlenen, wat de ontwikkeling van de minderjarige ernstig bedreigt. De moeder is niet verschenen en heeft geen verweer gevoerd.
De rechtbank stelt vast dat de pleegouders op grond van artikel 1:267 BW Pro ontvankelijk zijn in hun verzoek. Gelet op de ernstige bedreiging van de ontwikkeling van de minderjarige en het onvermogen van de moeder om haar gezagsverplichtingen binnen een aanvaardbare termijn te vervullen, wijst de rechtbank het verzoek tot beëindiging van het gezag toe. Tevens worden de pleegouders benoemd tot voogd, omdat zij de minderjarige al meer dan een jaar verzorgen en opvoeden en dit in het belang van de minderjarige is.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en wordt geregistreerd in het centrale gezagsregister. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het eenhoofdig gezag van de moeder wordt beëindigd en de pleegouders worden benoemd tot voogd over de minderjarige.