Uitspraak
RECHTBANK limburg
[Naam 1], te [woonplaats], verzoeker
De Burgemeester van de gemeente Maastricht, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 maart 2021.
Rechtbank Limburg
Verzoeker is huurder van een restaurant en een woning die op 16 december 2020 door de burgemeester van Maastricht voor zes maanden zijn gesloten op grond van artikel 13b van de Opiumwet vanwege een politieonderzoek waarbij duizenden hennepplanten en illegale stroomvoorziening werden aangetroffen.
Verzoeker maakte bezwaar tegen het besluit en verzocht om een voorlopige voorziening om de sluiting te schorsen. De voorzieningenrechter beoordeelde het spoedeisend belang en de kans van slagen van het bezwaar. Hoewel verzoeker stelt inkomensschade te lijden en dreiging van faillissement, is dit onvoldoende onderbouwd en zijn onomkeerbare gevolgen niet aannemelijk gemaakt.
Daarnaast beschikt verzoeker niet over een exploitatievergunning voor het restaurant en loopt er een strafrechtelijk onderzoek, wat ook vertraging veroorzaakt. De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoeker de beslissing op bezwaar kan afwachten zonder onherstelbare schade.
Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van het restaurant en de woning wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.