De rechtbank Limburg heeft op 22 januari 2021 een beschikking gegeven tot ondertoezichtstelling van zes minderjarige kinderen uit een Somalisch gezin. De kinderen worden ernstig in hun ontwikkeling bedreigd door een combinatie van culturele spanningen tussen de Nederlandse en Somalische leefwereld, een verwaarlozende opvoedsituatie en een onhygiënische en chaotische woonsituatie. De ouders, ondanks hun goede wil, zijn onvoldoende flexibel en niet in staat om de kinderen adequaat te begeleiden en te stimuleren.
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de ondertoezichtstelling voor twaalf maanden, met het oog op het bieden van regie en sturing door een gezinsvoogd. De ouders ontkennen de problematiek grotendeels, maar erkennen de ontruimingsprocedure en stemmen in met het verzoek. De rechtbank oordeelt dat de Nederlandse rechter bevoegd is en dat het Nederlandse recht van toepassing is.
De kinderrechter stelt vast dat de kinderen onvoldoende worden gestimuleerd en dat er sprake is van diverse individuele ontwikkelingsproblemen. De ouders worden overvraagd en hulpverlening in het vrijwillig kader heeft onvoldoende effect gehad. De ondertoezichtstelling is noodzakelijk om structuur te bieden, de opvoeding te verbeteren en de kinderen te helpen zich goed te ontwikkelen binnen de Nederlandse samenleving, met respect voor hun culturele achtergrond.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en geldt voor de periode van 22 januari 2021 tot 22 januari 2022. De gezinsvoogd wordt opgedragen het aantal hulpverleners te beperken en intensieve hulp te bieden aan zowel de kinderen als de ouders, waaronder GGz-ondersteuning en hulp bij het ordenen van de leefomgeving en financiën.